photo: Eddy van Wessel

Translate

Sunday, December 26, 2010

Kerst in Koerdistan


,,Dat is nieuw'', zegt Sam als we langs marktkraampjes lopen waar naast het rode pak van de Kerstman ook versierselen voor de kerstboom te koop zijn. Het is de bazar van Sulaymaniya, een paar dagen voor Kerstmis.

Kerstversieringen - alleen voor de honderden christelijke families die uit Bagdad en Kirkoek naar Suleymaniya zijn gevlucht? Nee, denkt Sam, ,,steeds meer Koerden vinden het wel modern om aan kerstversiering te doen.''

Het blijft bij de versieringen, want op Eerste Kerstdag gaan de Koerden gewoon naar hun werk. Het is immers zondag, het begin van de werkweek.

De kerk van Mar Yusuf, tegenover het mediacentrum, is op Kerstavond bomvol. Deels vanwege de tientallen gezinnen die er hun toevlucht hebben gezocht, waarvoor ook de straat is afgezet. De kerk wordt al wekenlang bewaakt door Iraakse soldaten om aanslagen te voorkomen. Die bewaking is duidelijk verscherpt om de veiligheid van de kerkgangers te garanderen.

Vanwege de dreigementen die opnieuw zijn uitgesproken door Al-Qaida en andere radicale moslimgroepen, hebben de christenen in Bagdad en Kirkuk deze Kerst afgezien van al te openlijke manifestaties. Geen versieringen, wie nog is achtergebleven, probeert niet op te vallen om geen nieuw geweld uit te lokken. Toch zaten de meeste kerken in Bagdad vol op Kerstavond, met name de Kerk van Onze Vrouwe van de Verlossing, waar bij geweld in oktober zeker 50 mensen omkwamen. We laten ons niet bangmaken, was de boodschap van de kerkgangers.

De sjiitische leider Amar al-Hakim woonde demonstratief de mis bij in een kerk in de wijk Masour. En voorzitter Al-Nujaifi van het Iraakse parlement opende de sessie zaterdag met een oproep aan christenen om Irak niet te verlaten. ,,Irakezen willen niet dat de kerkklokken ophouden te luiden.''

De bisschop van Kirkuk, Louis Sarko meldde eerder deze week samen met nog tien andere vooraanstaande christenen bedreigd te zijn door de Islamitische Staat van Irak, een aan Al-Qaida gelieerde beweging. Daarom bleven in Kirkuk de meeste christenen thuis.

Sarko's kerk in Kirkuk

Maar ook in het veilige Koerdistan durfde niet iedereen naar de kerk. ,,Ik vind het risico te groot'', zei een christen uit Bagdad die in Erbil woont.

De dreigementen hebben ook hun effect op de situatie in Ainkawa, de christelijke voorstad van de Koerdische hoofdstad Erbil met zijn vele kerken (voor iedere christelijke geloofsgroep wel een). De veiligheidspolitie is massaal uitgerukt, en heeft vliegende checkpoints opgezet op alle toegangswegen. Ook bij de kerken, waar het een drukte van belang is, staat extra politie. Ainkawa wil best weten dat het christelijk is: de straten zijn versierd met verlichting in de vorm van sterren en bomen, en veel inwoners hebben hun huis van buiten met lichtjes versierd.

Ainkawa is het uitgaanscentrum van Erbil, waar de geloven elkaar boven een goed glas treffen. De Koerdische islam heeft daar geen problemen mee. Vanwege de dreigementen zijn de vele alcoholwinkels op Kerstavond echter gesloten. En datzelfde geldt voor de restaurants die drank serveren. Alleen de miswijn is met rustgelaten.

Thursday, December 23, 2010

Kurdish press has a long way to go

The Kurdish press has had a tough year, and is facing numerous challenges that need to be overcome in order to secure its future, writes Mariwan Hama Saeed on the IWPR website.
His analyses is worth reading:

Kurdish Press: Still a Long Way to Go

Friday, December 17, 2010

Snelheid van verandering



,,Weet je nog, dat we toen in de eerste supermarkt van Koerdistan pindakaas en kaas hebben gekocht omdat we de kebab zo zat waren?''

Ik haal herinneringen op met een van de trainers van het eerste uur in Iraaks Koerdistan, Rommert Kruithof, met wie ik hier al sinds 2004 journalistieke trainingen geef. Hij is inmiddels voor de twaalfde keer terug, en traint de nieuwe verslaggevers en eindredacteuren van de site die we aan het opzetten zijn voor Kirkoek.

We zitten aan de pasta met zalm en spinazie in mijn keuken, en denken terug aan die eerste trainingen. Die herinneringen maken duidelijk hoe snel de ontwikkeling van Koerdistan is gegaan. Het voorbeeld alleen al van die eerste supermarkt, die in 2004 allerlei westerse producten verkocht. Sinds ik in Sulaymaniya woon (april 2008) heb ik de ene na de andere supermarkt zien openen, en de producten van over allerlei grenzen op de schappen zien verschijnen.

Niet dat alles er altijd is. Soms is er opeens een lading bevoren grote garnalen binnengekomen, die je dan snel moet inkopen om te voorkomen dat ze al weer op zijn. En de keus is ook nog niet heel groot. Ik kijk steeds opnieuw mijn ogen uit in de Nederlandse supermarkten waar van een product wel vijf of zes merken voorradig zijn. Vis komt hier uit Vietnam, meer keus is er niet. Maar het is er, en daar ben ik allang blij mee.

Het is een sprong vooruit sinds 2003, het jaar van mijn echte kennismaking met Irak. Er zijn nu supermarkten, de (meeste) mobiele netwerken zijn op elkaar aangesloten, de steden zijn in grootte verdubbeld met veel hoogbouw, er is bijna 24 uur elektriciteit, er is in Erbil zelfs een overdekte schaatshal en in Sulaymaniya een bowlinghal, er zijn Libanese, Chinese, Italiaanse en hamburgerrestaurants (en niet meer alleen eetgelegenheden met kebab en nog eens kebab), restaurants schenken drank, en veel merken wijn zijn nu te koop (in plaats van alleen zure en dure Franse), er is bruin brood te koop.


Vooruitgang die snel gaat - je moet er echt bijblijven om het waar te nemen. En dat is nu juist wat veel Irakezen niet doen. Al sinds ik hier kom willen jongeren weg, en velen grijpen hun kans en gaan. Wat grote gevolgen heeft voor het niveau in de samenleving. Er zijn zestien universiteiten in Koerdistan, maar hoe geef je onderwijs op niveau als je intellectuelen en je kader naar het buitenland is vertrokken?

De vooruitgang is daardoor vooral een zichtbare. De maatschappij zelf verandert slechts langzaam. De verhouding tussen mannen en vrouwen, het aantal vrouwen dat werkt, de leesdichtheid, het aantal boeken en kranten dat wordt verkocht, de discussies die worden gevoerd, de vrijheid om je huwelijkspartner te kiezen op basis van kennis (in plaats van drie gesprekjes onder toezicht die tot die beslissing moeten leiden) - op al die punten gaat het nog nauwelijks beter. Vrouwenbesnijdenis wordt bestreden, maar vindt nog steeds plaats.

Treffend vond ik de reactie van een aantal vrouwen op een overheidscampagne die onlangs werd gevoerd tegen geweld tegen vrouwen. In een TV-programma uitte een vrouw er kritiek op. ,,De overheid wil dat ik over mijn man klaag bij de politie. Dat kan toch niet? Waar bemoeit de overheid zich mee? Laat ze zich met echte problemen bezighouden!''

Thursday, December 9, 2010

Press freedom is in danger


Press freedom in Iraqi Kurdistan is deteriorating, a number of foreign organizations have warned recently. They mention the murder of the young student/journalist Sardasht Osman, still unresolved, but also the growing numbers of incidents against journalists and the increasing number of court cases against Kurdish media.

Press freedom is an essential part of a democracy, as it gives the people both the chance to know what is going on in the country and to let its voice be heard. Press freedom is never absolute; its limits are the laws of a country and the consideration if the news is worth the damage it may cause.

Like democracy, the press in Kurdistan is developing. Mistakes are made. And when they are made, it is normal in a democracy a court is asked to judge and if needed to punish. But in Kurdistan also justice is still developing. That’s why politicians, religious leaders and others have been able to sue media and journalists under civil law (the 1969 penal code), where the Press Law should have been used. And this has lead to court cases that would not have been possible under the Press Law.

Interestingly enough this has softened the differences between independent and other media. Until recently independent media like Awene, Hawlati and Lvin were targeted; each have a number of court cases against them. As has opposition paper Rojnama, which was honored with the highest damages demand ever (of 1 billion dollars). Recently, also editors of semi-independent media (paid by parties but with more room to maneuver than the party media) have found themselves in trouble.


The editor in chief of Haftana Magazine spent hours questioned by police after publishing a very well documented article about corruption, as did his colleague of newspaper Rudaw. The latest in this development is Chawder, that has been sued by the Islamic party KIU for defamation of the Prophet. The writer of this article is a theological scholar and has written books full about the subject (did the Prophet really travel to heaven?). The party also complained about the illustration used, which happens to be some 500 years old.

It is dangerous when religious parties use the courts to get their truths authorized in a multi-religious state like Kurdistan. One of the roles of the media in a democracy is to open up discussions, and to facilitate an exchange of opinions – so the public can make up its own mind what it wants to believe or not believe. Courts should not be used to stifle these discussions, as they play an important role in shaping a democracy.

Dangerous too is the way politicians evade the law they have put in place themselves. The Press Law should be used for complaints about media. For one, because the amounts of damages demanded under the 1969 penal code may cause havoc in the Kurdish media landscape. Some of the amounts are so high, or the addition of different verdicts may be so high, that media are being threatened in their existence.

The variety of media is what makes the Kurdish landscape stand out in the Middle East. Kurdistan does not want to go back to the epoch of ‘his master’s voice’. To become the democracy it needs to be to survive in this region, it needs a blooming and booming media landscape.

Politicians should be aware of that, and instead of threatening media in their livelihood, they should guarantee their existence. They could do that by putting a maximum to the fines that can be imposed on media, by using the Press Law better or by setting up a Media Fund that can help media that have been sued into bankruptcy.

This article was published by Kurdistani Nwe in November 2010

Tuesday, November 30, 2010

Veilig maar nog steeds bang

Iedere ochtend en avond groeten we elkaar vriendelijk, de militairen voor de kerk en ik.
,,Tsjoeni! Bashi!'' of een korte zwaai.

Toch ben ik niet blij met de soldaten (Koerdische uit het Iraakse leger) die tegenover ons mediacentrum in Sulaymaniya staan. Als de Chaldese kerk een doelwit wordt, dan geldt dat ook voor ons. Maar in deze samenleving is het goed dat die bewakers er zijn, om booswichten ervan af te houden ook maar iets te overwegen.

De militairen zijn er neergezet op voorspraak van de Iraakse first lady, na het geweld tegen christenen in Bagdad. Al-Qaeda, dat de bezetting in de Bagdadse kerk met meer dan vijftig doden had opgeeist, dreigde daarna met meer geweld. In de weken erna waren er dagelijks aanslagen op woningen van christenen in Bagdad.


De ene na de andere taxi uit Bagdad en Kirkoek stopte voor de kerk. Daarna volgden de vrachtwagens met huisraad, en verscheen er was aan lijnen voor de kerk. Vrouwen, soms met hun kind op de arm, praten op het binnenhof met elkaar in de late middagzon. Inmiddels hebben er tientallen families onderdak gevonden, zo wordt gezegd. We probeerden met ze te praten, maar iedereen is bang. Bang om zichzelf daarmee doelwit te maken, of misschien gewoon bang uit gewoonte, na jarenlang wonen in een stad waar je nooit wist waar de bommen zouden afgaan.

In heel Koerdistan zouden er inmiddels 500 gevluchte christelijke families zijn opgenomen, met name uit Bagdad en Kirkoek. Maar ook uit Mosoel is opnieuw een uittocht op gang gekomen. Het begint steeds meer op een gerichte campagne tegen de Iraakse christenen te lijken.

De link is snel gelegd met de steeds fellere campagne van een aantal christelijke organisaties, om Iraakse christenen een eigen regio te geven in de provincie Nineveh. Het is van origine christelijk land, maar de dorpen in het gebied worden nu bevolkt door Irakezen van verschillende afkomst. Met name onder radicale soennitische moslims is zo'n christelijke provincie onbespreekbaar. De Koerdische regering heeft er echter wel oren naar als ze onder gezag van de KRG zou vallen, waardoor de Koerdische regio in Irak groter zou worden.

Politici hebben het geweld veroordeeld en de Iraakse christenen opgeroepen hun land niet te verlaten, hoewel sommige Europese landen ze asiel hebben aangeboden en veel Iraakse christenen zich redelijk makkelijk bij familieleden in Europa en de VS zou kunnen voegen. Dat is ook de achtergrond van de grote actie om ze een onderkomen in Koerdistan te bieden. Christenen zijn onderdeel van de Iraakse samenleving, en door ze veiligheid te bieden hopen de autoriteiten ze ervan te weerhouden het land te verlaten.


Deze week verschenen er zwarte lakens met rouwspreuken aan de muur voor de kerk, en kwam er een rouwtent waar de nabestaanden konden worden gecondoleerd. Een van de ontheemden in de kerk was overleden. Uit de tekst op de lakens bleek onbedoeld hoe zeer de christenen onderdeel zijn van de Iraakse samenleving. De zonen van de overleden dame heten Basam en Azad - hun ouders gaven de een een Arabische, en de ander een Koerdische naam.

Het opvangen van de ontheemden gaat in Sulaymaniya zo te zien vrij soepel. Regelmatig worden goederen afgeleverd bij de kerk. In Erbil is dat anders. De Koerdische hoofdstad heeft een christelijke wijk met meerdere kerken, waar vooral christenen wonen. Met de komst van de ontheemden stegen de huren. In plaats van hun geloofsgenoten in nood gratis op te vangen, verhoogden veel christelijke huiseigenaren de huur, wetende dat de ontheemden geen keus hebben omdat ze onderdak nodig hebben.

De grote vraag is ook hoeveel kans van slagen de actie van de Iraakse autoriteiten heeft om de christenen in eigen land te behouden. Veel christenen die eerder naar Koerdistan kwamen uit Bagdad of elders in Irak, zijn inmiddels toch doorgereisd naar het Westen. Ze voegen zich daar liever bij familie en beginnen een nieuw leven, dan dat ze in het Koerdische noorden wachten op een mogelijkheid voor terugkeer naar huis die naar alle waarschijnlijkheid nog vele jaren zal duren.

Saturday, November 20, 2010

Koerdische sprookjes


Veel te langzaam haalt de drankverkoper zijn keuze aan witte wijn tevoorschijn. Ik kijk nog eens achterom: de taxi, met de kofferbak vol tassen, boodschappen en eigendommen, staat er nog. We maken onze keuze. Dan vloekt mijn huisgenote hardgrondig: ,,Waar is onze taxi?’

Ik draai me om, en zie een lage plek waar de wit-oranje taxi net nog stond.
,,Dit kan niet, dit is Sulaymaniya’’, zeg ik. Ik kan het niet geloven. Een taxi rijdt gewoon weg met onze laptops, mijn camera, de bagage die we vanochtend mee terugbrachten uit Erbil plus de boodschappen voor het feestje dat voor morgen is bedacht

We lopen naar de stoeprand. Niks. We lopen een stukje om te kijken of hij misschien iets is doorgereden. ,,Dit kan niet’’, herhaal ik. De drankverkoper beaamt dat. ,,Die heeft een noodoproep gekregen of zo’’, zegt hij.

Ik bel mijn medewerker Sam, die niet opneemt. Wat te doen? Hassan en Tofi komen, onze Bagdadse studenten die in het IMCK wonen. We doen het verhaal opnieuw. ,,We gaan naar de politie’’, zegt Sam, als ik hem eindelijk te pakken heb. Hij stapt in de auto en komt naar ons toe. ,,Niet dat je het terugkrijgt, maar de politie moet het weten.’’ Maar ik kan me niet eens meer herinneren hoe de chauffeur eruit zag, of hij jong of oud was. Ik weet alleen nog de kleuren van de niet meer zo jonge taxi.

We zijn inmiddels in een droevig stilzwijgen gehuld. Wat zijn we kwijt, behalve de laptops: dagboeken, foto’s, half afgemaakte boeken en artikelen.
Dat feestje kunnen we dan ook wel vergeten.

We rijden naar huis, om te checken of de chauffeur misschien is doorgereden naar het opgegeven adres. De bewakers hebben hem niet gezien. Op naar de politie. Dan gaat de telefoon: Tofi, die terug is gekeerd naar het IMCK. ,,De taxi is hier.’’

,,Hou de chauffeur vast! Laat hem niet vertrekken!’’ Daar aangekomen staat een man van middelbare leeftijd met het schaamrood op de kaken. Waarom hij precies is vertrokken blijft een raadsel. Hij wilde geen alcohol in de auto, heeft hij Tofi verteld. Hij hoorde de oproep voor gebed en vergat alles, reed naar huis om zich te wassen en te gaan bidden, en ontdekte de volle achterbak, vertelt hij Sam. ,,Zie je nu wel dat het in Sulaymaniya niet gebeurt’’, verzucht ik opgelucht, als alles onaangeroerd aanwezig blijkt te zijn.


Weken later herhaalt de drankverkoper nog lachend dat hij gelijk had: het gebeurt niet in Sulaymaniya.

En niet alleen niet in Sulaymaniya. Diezelfde avond brengt de Koerdische TV een verhaal over een taxichauffeur in Erbil die goud en dollarbiljetten in een plastic zak onder een stoel in zijn auto had aangetroffen, en die daarna jarenlang heeft bewaard tot de eigenaar zich zou melden.

Uiteindelijk kwam de vrouw die de plastic zak in de auto was vergeten, de chauffeur op het spoor. In de tussenliggende jaren was ze gescheiden. Haar man had haar het verlies van hun spaargeld niet willen vergeven.

Toen de chauffeur er zeker van was dat hij de eigenaren van het goud en geld had gevonden, stelde hij een voorwaarde.
,,Je krijgt het terug, als je je verzoent.''

Pas nadat het paar hertrouwd was en weer geruime tijd een gezin vormde, kwam de chauffeur langs met de plastic zak met hun spaargeld.

En ze leefden nog lang en gelukkig. Misschien bestaan sprookjes echt in Koerdistan. Of is het dat de jaren van isolatie ook positieve gevolgen hebben? Dan houden we het Westen nog maar even buiten de deur.


Sunday, November 14, 2010

Koerdistan: backpackers paradise


door Jantine van Herwijnen

Koerdistan is the place to be voor backpackers. Als ze zich tenminste niet laten afschrikken door het negatieve reisadvies van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken. Niet essentiele reizen worden ontraden.

De prachtige natuur met groene valleien, watervallen en de enorme variatie aan bergen is klaar om ontdekt te worden. Met mijn beetje Koerdisch, de paar pagina’s die de Lonely Planet over Irak geplubiceerd heeft, en veel geduld heb ik samen met een vriend uit Nederland de mooiste reis sinds tijden gemaakt.

Er zijn regels waar je je aan moet houden aangezien de er nog veel mijnen liggen, vooral aan de grens met Iran. Die grens is niet overal even duidelijk en wanneer je deze overgaat bestaat er een kans dat je gezien wordt als spion. Wij zijn regelmatig gewaarschuwd op de paden te blijven, de Koerden nemen hun ‘gasten’ graag in bescherming.

Gastvrijheid is regel nummer een in Koerdistan. Overal waar je komt krijg je sterke, mierzoete thee of een traditionele maaltijd aangeboden. Iedereen is bereid je te helpen in je zoektocht naar een hotel of vervoer. De prachtige bergwegen zijn geen doorgaande route voor taxi’s of bussen dus de enige manier om in het hart van het Koerdische natuurschoon te komen is met een eigen auto of liftend.

“Sejara zor gosha”, een complimentje over de auto, gemeend of niet, is genoeg om de hele rit in half Koerdisch, half Engels te praten over het land. Verschillende ritten, steeds een andere ervaring. De advocaat belt met zijn vrouw die in Nederland woont en die voor ons vertaalt, de oude Turkmeen in Koerdische kleding racet ons met zijn versleten minibusje door de haarspeldbochten van het ruige gebergte. Er wordt zelfs regelmatig gestopt op mooie plekken zodat wij foto’s kunnen maken.

Als we het jaarlijkse Yazidi festival bezoeken worden we met open armen ontvangen. Ook hier zijn we gast, de honderden families die kamperen in de open lucht willen allemaal een kopje thee met ons drinken. “Vooral niet te lang stilstaan,” zeggen we steeds tegen elkaar, want dan vormt zich een groep met nieuwschierige mensen die allemaal met ons op de foto willen.


Ondanks dat de toeristen industrie pas sinds kort langzaam op gang begint te komen en zich vooral richt op families uit het zuiden is er overal wel een slaapplek te vinden. Soms prachtig, een appartement, boven een tahine fabriekje waar de geur van geroosterde sesam en het uitzicht op de bergen zorgt voor het ultieme vakantiegevoel. Soms vreemd, omdat de eigenaar van het hotel zenuwachtig wordt van ons. In Irak mag je als man en vrouw alleen een kamer delen als je getrouwd bent. De ringen kunnen hem niet overtuigen, de burgemeester van ‘s-Hertogenbosch in ons paspoort, waarvan we beweren dat dat onze achternaam is, uiteindelijk wel.

Het reisadvies houdt toeristen weg. Ook de Koerdische autoriteiten maken het niet gemakkelijk. Wanneer je aankomt in Koerdistan krijg je een visum voor tien dagen. Als je langer blijft moet dit bij de Asaish (veiligheidspolitie) verlengd worden. Een bureaucratische rompslomp aangezien buitenlanders een bloedtest moeten doen en je uren van kantoor naar kantoor moet voor het uiteindelijk geregeld is.


Koerdistan heeft de potentie een toeristische trekpleister voor avonturiers te worden als er iets meer ingespeeld wordt op de behoeften van de reiziger.

Saturday, November 6, 2010

Tien jaar onafhankelijke Koerdische media

Wat begon met rond de 50 dollar, een groepje intellectuelen met een visie en een uitgever met voldoende geld, is in tien jaar uitgegroeid tot een gevestigde krant. Met Hawlati begon de geschiedenis van de onafhankelijke media in Iraaks Koerdistan. En daarom zat tien jaar na dat begin de zaal in een hotel in Sulaymaniya vol met Koerdische intellectuelen van allerlei politieke richtingen.

Dat is misschien wel de grootste winst: Hawlati brengt de verschillende partijen bij elkaar. De krant begon in 2000 om een brug te slaan tussen de partijen, die zich na de Koerdische burgeroorlog (1994-1996) hadden verschanst in hun eigen steden (KDP in Erbil en Duhok, PUK in Sulaymaniya). Er leek een muur tussen te staan, vertelde Asos Hardi, die aan de wieg van Hawlati stond, en inmiddels hoofdredacteur is van de in 2005 afgesplitste onafhankelijke krant Awene.

Asos Hardi (foto Awene)

Zo hadden Erbil en Sulaymaniya hun eigen media, die de andere kant niet bereikten. Toen Hardi met een groep intellectuelen een protestbrief wilde plaatsen tegen een aanslag op het bureau van de communistische partij, konden ze die nergens kwijt. Dat leidde tot de oprichting van Hawlati (wat 'burger' betekent). ,,We wilden een brug vormen tussen de twee zijden'', aldus Hardi.

Dat Hardi werd uitgenodigd voor de dragende speech, was op zich opvallend, omdat de littekens van de breuk in 2005 nog steeds pijnlijk zijn. Die breuk ging vooral over de rol van onafhankelijke media: als oppositie, of slechts als kritische waarnemer. Wellicht daarom werd daar door niemand over gerept. Hardi zelf sloeg een verzoenende toon aan toen hij verklaarde ,,ik ben hier niet te gast, Hawlati is ook van mij.''

De huidige hoofdredacteur Kamal Rauf van Hawlati, die overigens ook al in de beginfase betrokken was, benadrukte dat: ,,Hawlati is van iedereen.'' Hij noemde de obstakels die Hawlati op zijn weg heeft gevonden, zonder uit te wijden: ,,Veel obstakels zijn overwonnen omdat het volk dat wilde. We willen in dienst zijn van de mensen, daar gaan we mee door, ook al zijn de obstakels groter geworden.''

Kamal Rauf (foto Hawlati)
Hawlati en andere onafhankelijke media hebben tal van rechtszaken te verwerken gehad, soms zodanig dat ze bedreigend waren voor het voortbestaan. Met hulp uit de diaspora kon dat gevaar worden afgewenteld, maar momenteel lopen er rechszaken die door de grootste Koerdische partij KDP zijn aangespannen waarbij boetes worden geeist die zeker het einde van de media betekenen als ze worden toegekend.

,,Onze tekortkomingen kwamen niet voort uit opzet'', verklaarde Rauf over de fouten die beginnende journalisten maakten, ,,maar uit onwetendheid.'' Hij beloofde voor de komende tien jaar dan ook ,,meer aandacht voor de journalistieke ethiek en meer professionaliteit''.

Het zijn de fouten - die vaak voortkomen uit het niet checken van informatie en het blindelings vertrouwen op een bron - die Hawlati worden nagedragen. Maar de krant verkoopt naar Koerdische begrippen goed: twee keer per week zo'n 10.000 exemplaren. En wie een mening kwijt wil, weet de krant te vinden. De opiniepagina's staan - net als die van Awene - open voor iedereen.


Kritische journalistiek heeft het niet makkelijk in Koerdistan, waar veel politici hun verrichtingen liever geprezen zien in hun eigen media. Met name binnen de KDP is een beweging gaande om de persvrijheid aan banden te leggen.

Rauf gaf aan, waarom die politici zich daarmee in hun eigen vlees snijden. ,,We voelden ons verplicht om over de fouten en de tekortkomingen te berichten, om zo een rol te spelen in de verdere ontwikkeling van het Koerdische experiment. Want een krant die kritiek brengt, helpt het land vooruit.''

Saturday, October 30, 2010

The Iraqi time bomb is called cancer

Cancer is growing in Iraq. Doubling, trebling, perhaps even more – but nobody really knows because there are no reliable statistics. The cause is unknown, for hardly any research has been done. And there is no policy, partly because the problem cannot be mapped out.

The world was shocked by the reports about Falluja, where research by European experts showed a 38-fold increase in leukemia, a tenfold increase in breast cancer and a considerable increase in brain tumors and other cancers. On top of that, many children were born malformed.

The story of Falluja reminded me of Basra, where I reported in 2003 about the increase in cancer and malformed babies. The doctors there sought the cause in the American weapons used in the war of 1991 and again in 2003. The American bombs and explosives were hardened with depleted uranium (DU), and cancer was especially apparent in the area’s which were bombed extensively.

The Americans have always denied the effect of DU, saying that the radiation was too low to be able to cause this. Even when I published my article on Basra in my Dutch newspaper in 2003, the editors of the science desk told me there was no prove that DU caused cancer.

On the other hand, even on the internet one can find warnings to American soldiers to stay out of areas that were bombed with DU explosives, and complaints by American soldiers who left Iraq about an increase of cancer cases amongst them.


The high cancer rate is not only apparent in the south of Iraq: also Kurdistan suffers from it. ,,It is like an infection’’, a medical doctor in Duhok told me recently. In the past, he saw a new case every month, now one or more daily. Since 2003 the amount of cancer cases in the Azadi Hospital in Duhok has doubled, he guesses. But, he complained, there are no statistics, there is not enough equipment, not the right medication.

In search for statistics I went to the head of the health department in Erbil. He did not have them, although he confirmed the increase. Part of it is due to the influx of patients from the South, in search for better treatment and safety, he said. But even without them, the increase of cancer is quite noticeable.

My conclusion was that in the whole of Iraq cancer now is a threat because of the wars that were fought in the past years. Even though better food, cigarettes and more welfare play a role, they do not explain the enormous increase.

I am not a researcher. But I do use my journalists’ eyes, and I remembered the convoys that since 2003 are driven through Kurdistan with scrap metal from the South. The metal from bombed out tanks, houses, buildings – it all travels through Kurdistan to be sold abroad or to be recycled. I visited the scrap yard near Zakho. It is not as big as it was, but I could still find an old tank there.


The Americans came with their geiger counters, so I was told, and took out their own material. They buried it. On top of it now a farmer has grown his crop, and the rainwater will take the radioactivity to the Tigris nearby. When I asked an expert from the University of Duhok about it, he was surprised and went to see. The government answered him that they would have to buy a geiger counter to count the radioactivity.

It does not have to be the scrap metal. It can be the fish from the contaminated Shatt al Arab, it can be the tomatoes grown on land that has been bombed which were transported all over Iraq. But it is clear Iraq has a problem that needs to be researched. How much is the increase in cancer? Where is it the highest? What are the causes? The time bomb needs to be defused.

And if research is not available, we need journalists to do their job. To collect as much information as possible, to combine it and take conclusions, so the government will have to react. Because cancer is a problem that will stay, and will bring even more pain and sadness to this country that has already been hit so hard.

(This article was published in the Kurdish weekly Haftana)

Wednesday, October 20, 2010

Privacy invaded

The lady of the Security Office takes an USB stick from my bag. She finds my phone and confiscates that too. I protest. I need it, people will be phoning me and I need to go on with my work. Why should I not use the time I am forced to wait in the residency office for work? The lady will not be convinced.

,,If I wore a suit and tie, you would not dare to’’, I say, knowing this to be the truth. Of course she denies, and searches again through my private property. Just to pester me and show her power. Privacy; it is something Kurdistan will have to wake up to. That USB stick has private and office information; it should not be lying in a cupboard at a residency office for anyone to steal it or borrow it for a quick look.

If this would happen in my own country, Holland, the outcry would be enormous. As for phones: the same. Why take phones off people if you can just as well tell them to put it on silent? I think I know the answer: because in this country there are too many people who do not know how to handle power.

Let us look at the policy behind taking peoples phones in public offices. I understand the staff does not want the harassment of someone answering the phone instead of their questions. I cannot think of any safety reasons. But if you do not educate people how to use their phones in public places, this will never change and people will keep talking to their phones instead of to the people in front of them. Offices may ask their customers to put phones on silent, or even switch them off. But to confiscate them before entering is in violation with the privacy of the owner of the phone.

,,Ah, they do not even know what privacy is’’, say some Kurdish friends who have lived in the West. And I guess they are right. Questions about parents, brothers and sisters in the residency office convinced me, as did the question about my religion (so what? And what if I am a Moslem converted to Christianity?) and my personal status (why does the state need to know if a foreigner who did not bring his family is married?) – and all that in open offices, where anyone can hear the outcome. And even more so the blood test the Kurdish authorities demand of foreigners. Medical records are private, the State has no right to them. This is a human right that is violated constantly in Iraq.

Even medical doctors have a problem with privacy. How can they treat patients while there are other patients waiting and listening in the same room? Do even they not understand that medical information is private, and that patients have the right to be treated without others knowing what is wrong with them?

I understand why guards in checkpoints want to check cars – it is their job to keep Kurdistan safe. But can’t they see the difference between a terrorist and a blond woman from abroad? Does the fact that one is not Kurdish automatically mean one is loaded with explosives, or may want to murder the leader? Is this just bad training, or is Kurdistan really packed with little copies of the former ruler?

Privacy is an expensive commodity in a country where people live on gossip. This goes for the media as well. Journalists in Kurdistan think too lightly about writing all kind of information about public figures. They should think before they write: what harm does the publication do, and is the news really worth that? Of course public figures are owned by the public, but that still means that there should be a very good reason to invade somebody’s privacy.

The problem is mentality and education. The government should protect its people, and teach them about privacy instead of violating it themselves. It should develop and implement laws to protect the privacy of its civilians. Kurds have just as much right to their own private lives as anyone in the West, where such rules and regulations do exist.

(Published in the Kurdish weekly paper Rudaw)

Monday, October 11, 2010

Wonen is (g)een recht


,,Twee alleenstaande mannen die een huis zoeken?'' De makelaar schudt zijn hoofd. ,, Niet in deze wijk. De buren zullen het niet accepteren. Verderop, langs de rondweg, daar kan het misschien.''

Jonge mannen die uit huis willen, treffen het slecht in Iraaks Koerdistan. Je hoort te trouwen, en met je bruid een woning te zoeken om daar kinderen te krijgen. Alleenstaande mannen zijn net als alleenstaande vrouwen verdacht. Waarom zou je alleen gaan wonen? Je blijft of thuis, of je trouwt, iets ertussen bestaat bijna niet. Iemand moet toch voor je zorgen?

Dat tijden ook in Koerdistan veranderen, wil er nog niet overal in. Jongemannen komen uit andere plaatsen voor werk, en zoeken huisvesting. Soms trekken ze dan maar in bij familie. Maar die is er niet altijd. De enige manier waarop het dan lukt, is als ze zeggen dat hun moeder er ook komt wonen. En dan moet zij zich wel af en toe laten zien ook.

Want als je alleen woont, dan zal je wel raar zijn. Of iets met terrorisme of prostitutie hebben. In zo'n geval is de kans groot dat buren samenspannen, en gezamenlijk een verzoek indienen bij de veiligheidspolitie (assaish) om je uit je huis te krijgen. Een verklaring van vijf buren dat ze je niet vertrouwen en niet verdragen, is voldoende.


Op een ander niveau wordt er ook niet ingespeeld op deze nieuwe markt. Er wordt gebouwd voor gezinnen. Kleine woningen zijn er nauwelijks. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de prijzen. Als je als beginner op de banenmarkt 400 dollar per maand verdient, is 500 dollar maand per huur natuurlijk niet op te brengen.

Ik heb twee van de ex-studenten van het IMCK sinds begin dit jaar onderdak geboden in het mediacentrum. Daarmee kregen ze de kans in Sulaymaniya werk te vinden. Maar het wordt tijd dat ze een eigen plek vinden en hun kamer ontruimen. Dat is dus makkelijker gezegd dan gedaan. Vooral ook omdat hun moeders in Bagdad wonen, en dus niet af en toe eens kunnen komen doen alsof ze hun zoons verzorgen.

Zelf heb ik het probleem niet, omdat ik een buitenlandse ben. Van ons weet men in Koerdistan dat we vreemd zijn. En ik woon in een duurdere buurt, waar men meer gewend is en waar meer buitenlanders wonen.

Maar hoe gaan mijn ex-studenten woonruimte vinden? Ik kan me moeilijk voordoen als hun moeder...

Monday, October 4, 2010

Goedbedoeld maar averechts

Het graan ligt al maanden hoog opgetast voor de oude, kapotgeschoten graansilo in Sulaymaniya. Sinds een paar weken liggen er doeken en zeilen overheen, en toen we vandaag de eerste echte zandstorm van de vroege herfst hadden, moest ik eraan denken. Graan met het fijne gele stofzand dat nu overal op auto's, straten, binnenplaatsen een gele laag heeft achtergelaten, lijkt me niet de juiste combinatie.


Dit jaar kende een goede graanoogst, maar het probleem is niet nieuw: het gaat het jaren zo. De graansilo's van Irak zijn kapot of te klein, of staan op de verkeerde plaatsen. De Iraakse overheid heeft besloten er de komende jaren metalen silo's voor in de plaats te gaan zetten.

De silo's zijn het einde van de lijn van een subsidiesysteem dat niet meer van deze tijd is. Iraakse boeren krijgen zaaigoed van de staat, en hun producten worden tegen een gegarandeerde prijs afgenomen door die staat. Dat stimuleert ze nauwelijks om iets extra te doen, of om het initiatief te nemen eens een ander gewas te verbouwen.

De subsidieregeling gaat behoorlijk ver. Er is een wet aangenomen die export van landbouwproducten uit de buurtlanden kan blokkeren. Onlangs is die toegepast om de meloenenoogst in Penjwin (op de grens met Iran) te beschermen. Die oogst is voldoende om een groot deel van Koerdistan de komende weken van meloenen te voorzien, en om de prijs acceptabel te houden worden goedkopere meloenen uit Iran niet toegelaten.

Een maatregel die boeren moet helpen, maar ze niet stimuleert. Want de Iraakse landbouw is ernstig toe aan modernisering. Nieuwe zaden, nieuwe methoden waardoor de productie fors kan worden opgevoerd - het komt er niet van omdat boeren hun inkomen toch wel krijgen. De producten uit de buurlanden zijn vaak goedkoper, omdat ze wel via moderne methoden zijn geteeld, waardoor de oogst en de inkomsten per vierkante kilometer groter zijn. Die ontwikkeling wordt in Irak tegengehouden door het bejaarde subsidiesysteem, dat boeren vooral afhankelijk maakt van de staat.

Het syteem dateert nog van de Baath partij, die de Irakezen inderdaad aan zich wilde binden. En dat gaat veel verder dan de landbouw. Daardoor is een verwachtingspatroon geschapen, waarbij mensen op de staat wachten. ,,De overheid doet niets voor ons'', hoor je hier vrijwel dagelijks van mensen die veel beter af zouden zijn als ze zelf initiatieven zouden nemen in plaats van te wachten op iets waarop ze menen recht te hebben.

Wednesday, September 22, 2010

Politiek en pers

,,Sardasht had geen banden met ons, en we hebben niets te maken met zijn moord'', heeft de radicale moslimgroep Ansar al-Islam deze week laten weten. Ze reageerde op de speciale onderzoekscommissie naar de achtergronden van de moord op Sardasht Osman, de jonge student/journalist die eerder dit jaar in Erbil was ontvoerd en daarna vermoord terug was gevonden in Mosoel. De commissie meldde de aanhouding van een lid van Ansar, dat bekend had Sardasht te hebben vermoord.

De moord op Sardasht houdt de gemoederen in Iraaks Koerdistan al maanden bezig. Beschuldigende vingers wijzen naar de veiligheidsdienst van de KDP, omdat Sardasht op het internet een stuk had geschreven over de familie van KDP-voorman Massoed Barzani. Er is massaal gedemonstreerd tegen deze aantasting van de persvrijheid.


Na de protesten is een onderzoekscommissie geïnstalleerd, waarvan de leden niet bekend zijn gemaakt. Die is nu met de beschuldiging gekomen dat Sardasht is vermoord vanwege zijn relatie met Ansar al Islam. Onzin, zegt de radicale groep met banden met Al-Qaida: ,,We hebben de plicht het bloed te vergieten van vijanden van God zoals de Amerikaanse troepen en hun agenten in KDP en PUK. God zal ons daarvoor bedanken. Maar we hebben Sardasht niet vermoord. Als we iemand vermoorden eisen we daar trots de verantwoordelijkheid voor op.''

Vreemd genoeg illustreert deze uitdagende bekendmaking de stemming in Koerdistan. De conclusie van de commissie is soms lacherig, maar meestal verontwaardigd en nog vaker boos van de hand gewezen. Sardashts broer, die in Erbil bij de veiligheidspolitie werkte, heeft ontslag genomen vanwege de belediging die de familie is aangedaan: de commissie impliceert immers dat Sardasht een terrorist was.

,,De commissie had beter met een conclusie kunnen komen dat er sprake was van eerwraak, als ze dan toch de zaak wil afdekken. Want Sardasht stond wel bekend als een womanizer, dus dat had misschien nog iemand willen geloven'', hoor ik om me heen.

De PUK, de coalitiepartij van de KDP in de huidige Koerdische regering, voelt zich uiterst ongemakkelijk onder de bekendmaking. ,,Het is slecht voor het imago van Kurdistan in het buitenland'', zei een bevriende PUKker tegen me. ,,Dit hoort niet te gebeuren in een democratie in ontwikkeling!''

Die gevoelens zijn er ook met betrekking tot het offensief dat de KDP heeft ingezet tegen de media, met een aantal rechtszaken waarin boetes worden geëist die als ze worden toegewezen, het einde kunnen betekenen van de paar onafhankelijke kranten in Koerdistan. De meeste zaken houden verband met de beschuldiging dat de Paristin, de geheime dienst van de KDP, achter de moord op Sardasht zit en dat Massoed Barzani er de opdracht voor heeft gegeven. Doelwit van de juridische acties zijn Lvin, Hawlati, Awene, Rega en Roshnama. De laatste, de krant van de nieuwe oppositiepartij Gorran, heeft zich de woede van de KDP op de hals gehaald door uitgebreid te berichten over de smokkel van olie vanuit Koerdistan naar Iran.

Cover van Lvin over de moord

De media in Koerdistan zijn lang niet feilloos, en checken hun berichten niet altijd even goed. Er zijn publicaties die zeker de journalistieke schoonheidsprijs niet verdienen, en journalisten gedragen zich lang niet altijd volgens de regels uit de gedragscodes. Maar de actie van de KDP herinnert menigeen aan het verleden toen de pers in Irak geheel gemuilkorfd was. Berichten dat er binnen de KDP wordt gewerkt aan het aanscherpen van de perswet, versterken die gevoelens.

De gebeurtenissen lijken PUK en Gorran nader tot elkaar te brengen. De leiders Jalal Talabani en Nawchirwan Mustafa hebben onlangs uitgebreid met elkaar gesproken. En verzoenende taal gesproken, die op lokaal niveau in Sulaymaniya veel gehoor vindt nu er een gemeenschappelijke vijand is. Het anti-mediabeleid van de KDP heeft als bijkomend en vast ongewenst gevolg dat er nieuwe politieke tegenstellingen ontstaan, met de moderniteit van de staat Koerdistan als inzet.

Monday, September 13, 2010

Hoera, de Ramadan is voorbij

door Jantine van Herwijnen

,,Snel, snel, we moeten nu gaan. Voor de gasten komen,”roept mijn collega terwijl ze nog even snel de bakken gevuld met eten voor familieleden in een plastic tas stopt. Het is Eid, het feest dat de Ramadan afsluit. Vier dagen lang staat voor de Irakezen alles in het teken van familie, buren en vrienden en van eten.

Na dertig dagen vasten, wat voor moslims betekent dat er tussen zonsopgang en zonsondergang niet gegeten en gedronken wordt, komen gedurende Eid in alle Koerdische huishoudens de traditionele Koerdische gerechten op tafel. Gastvrijheid is het sleutelwoord van de Koerden tijdens de feestdagen. De hele dag komen vrienden en familie op bezoek. De traditie schrijft voor dat je daarna ook bij hen langs gaat.

Die bezoeken zijn doorgaans allemaal ongeveer hetzelfde. Je komt een kleurijke gastenkamer binnen, waar vervolgens thee en zoetigheden geserveerd worden. Bij buren en verre familie blijf je een kwartiertje, naaste familieleden verwachten dat je blijft eten.



Eid is een drukke tijd voor de vrouwen, die tussen het koken en opruimen door ook nog moeten proberen zoveel mogelijk aandacht aan de gasten te schenken. Mijn collega neemt mij in vertrouwen: ,,De hele dag door mensen over de vloer, je wordt er doodmoe van. “ En begripvol gaan we snel met haar mee naar buiten om de gasten voor te zijn die zich via een niet beantwoord telefoontje hebben aangekondigd.

De eerste dag van Eid is het stil op straat. De meeste winkels zijn gesloten hoewel de drankwinkels hun deuren wijd hebben opengegooid. Er mag weer alcohol gedronken worden in Sulaymaniya. Tijdens de Ramadan gold er in de meest progressieve stad van Irak een verbod op de verkoop van drank.

De andere drie feestdagen komt de stad, na een maand van stilte, weer tot leven. Restaurants zitten weer vol, de vrouwen hebben hun sierlijke, traditionele jurken aangetrokken. Vanwege de grote toestroom van toeristen uit het zuiden van Irak worden alle restaurant- en hoteleigenaren via de TV verzocht gedurende Eid hun zaak weer te openen. Veel toeristen zijn naar Sulaymaniya gekomen omdat is aangekondigd dat het de koelste plek van het land is. Het kwik zou ‘s nachts tot 13 graden kunnen dalen. Zeer aantrekkelijk voor de zuiderlingen, die nog steeds te maken hebben met temperaturen van boven de 45 graden in combinatie met tekort aan elektriciteit.

De straten zijn vol auto’s en lachende mensen, toeristen en Slimani's. Overal hoor je Eid Mubarak en Jazhnt Perozbet, de felicitatie met het einde van Ramadan. Iedereen is blij dat het is afgelopen en dat de vrije, gezellige sfeer waar Sulaymaniya zo om bekent staat, weer terug is.

Jantine van Herwijnen is operations manager bij het IMCK

Thursday, September 2, 2010

Drooglegging tijdens ramadan


Sulaymaniya is drooggelegd deze ramadan. Een vreemd verschijnsel in de stad die bekend staat als de meeste open en meeste rebelse van Iraaks Koerdistan. Maar er is vrijwel geen restaurant te vinden dat alcohol schenkt (en ik heb gezocht) en de drankwinkels zijn dicht.

Het is raar in een stad waar mannen samen de bergen intrekken of langs de weg gaan zitten met een fles en een gesprek, en waar ze elkaar in de tuinen van clubs en restaurants ontmoeten om de koelte van de avond te vieren met een glas en een hapje. Want drinken is hier iets voor mannen - en die houden van sterke drank in grote hoeveelheden. Wat zouden ze doen, vraag ik me af, na de iftar thuis? TV kijken, zal het antwoord zijn, want die heeft speciaal voor deze saaie avonden veel soaps gemaakt en ingekocht.

Verbazend is de tegenstelling met het meer conservatieve Erbil. In de christelijke voorstad Ainkawa zijn de vele drankwinkels gewoon open, en serveren de restaurants arak, whisky, bier en wijn alsof het geen ramadan is.

,,Het is pure politiek'', zegt een goede vriend van me. Hij herinnert me eraan hoe vorig jaar halverwege de ramadan opeens alle drank uit Sulaymaniya verdween. ,,Dat gebeurde toen de nieuwe oppositie, Gorran, de islamitische partijen steunde in hun klacht over drank tijdens de ramadan.''


Waardoor de PUK, de tweede grootste partij in Koerdistan die in Sulaymaniya nog net een kleine meerderheid heeft, dit jaar niet anders kon dan het ingezette beleid voortzetten, wilde ze niet onislamitisch lijken.
Gorran heeft spijt van dat besluit van vorig jaar, dat vooral bedoeld was om de PUK een hak te zetten. Na de verkiezingsoverwinning (in een klap 25 zetels) was de partij tegen alles wat de PUK deed, inmiddels is ze bijgedraaid en overweegt ze per onderwerp of het wellicht toch zinnig is om het te steunen.

Voor de hoge omes in de PUK heeft de drooglegging vermoedelijk niet heel veel gevolgen; die kunnen nog wel terecht in het restaurant van het duurste hotel in de stad, het Palace. Maar elders krijg je als gast te horen dat 'de veiligheidspolitie controleert of er geen drank wordt geschonken'.

De drooglegging heeft grote gevolgen voor de horeca. Gisteravond hadden mijn dinerpartner en ik bijna een hele restauranttuin voor ons alleen. En de restaurants die wel wat gasten trekken, moeten behoorlijk aan inkomsten inboeten nu die alleen nog water en cola drinken. In Nederland zou dit een groot onderwerp zijn in de media. Hier hoor je er niemand over. De pers schrijft er niet over, en niemand protesteert (behalve wij buitenlanders en onze Koerdische vrienden), ook de horeca niet.

Mijn vrienden in Sulaymaniya en ik hebben al een plannetje gemaakt voor de ramadan van volgend jaar. Dan verklaren we gewoon een stukje van de stad tot christelijke enclave. De Slimani's zullen het zich toch niet laten gebeuren dat Erbil ergens beter in is dan zij..?

Monday, August 16, 2010

Bloedziekte rukt op in Irak

Het was een bericht op AK News dat mijn aandacht trok. Het aantal kinderen met de erfelijke en chronische bloedziekte Thalassemia is sinds de jaren negentig enorm gestegen in Iraaks Koerdistan, van 80 naar 645 gevallen. Waardoor, vraag ik me af, is er een relatie met de oorlogen, met de chemicalien, met de met uranium verharde bommen?

Dokter Raji Dawood van het Thalassemia Centrum in Duhok wil me graag te woord staan. Het centrum laat zich vinden tussen andere gezondheidscentra en nabij het Azadi ziekenhuis in Duhok. Na vier jaar is het te klein geworden; met Japanse steun wordt er hard gewerkt aan een tweede verdieping.

Thalassemia is een erfelijke bloedarmoede waarbij te weinig rode bloedlichaampjes worden aangemaakt. Wie deze ernstige chronische bloedarmoede heeft, overleeft alleen op bloedtransfusies. Wereldwijd is een op de 15 mensen drager van de ziekte. Dragers worden niet ziek, maar als twee dragers kinderen krijgen, is de kans een op vier dat ze een ziek kind krijgen. Het is een ziekte die vooral in het Middellandse Zeegebied veel voorkomt.


,,We hebben hier meer gevallen dan in de rest van Koerdistan'', vertelt dokter Raji in zijn werkkamer met een bord vol uitleg over de ziekte. Waarom dat precies is weet hij niet, behalve dan dat zich vanwege de veiligheid ook patienten uit het naburige Mosoel en elders in Irak melden. Het kan ook te maken hebben met het feit dat in het naburige Acre malaria voorkwam; er is een relatie tussen de bloedziekte en malaria. Echt onderzoek naar de oorzaken van het hoge cijfer is er niet gedaan, zegt Raji. ,,Maar feit is dat het in Basra ook meer voorkomt, en daar is er een relatie met de radioactiviteit van de uranium in de Amerikaanse bommen.''

Over de oorzaak van het hoge cijfer is dus niets te zeggen dat echt hout snijdt. Belangrijker dan een zoektocht naar de oorzaken is voor Raji het feit dat hij niet alle behandelmethodes kan toepassen die hij tijdens studie in Italië heeft gezien. Beenmergtransplantaties zijn in Duhok niet mogelijk. Behandeld kan er alleen worden door bloed te verversen.

,,Daarom is preventie belangrijk. We onderzoeken of echtparen dragers zijn. Op het moment hebben we tachtig paren waarvan zowel man als vrouw drager is.'' De kans dat zij een ziek kind krijgen, is dus behoorlijk. ,,Ik praat met ze. Houd ze voor dat als ze getrouwd willen blijven en kinderen willen krijgen, ze zich moeten laten screnen.''

Als bij onderzoek in de negende week van de zwangerschap blijkt dat het kind de ziekte heeft, raadt de dokter een abortus aan. Dat kan, volgens de islam, legt hij uit, maar de periode waarin is te beperkt. ,,Ik heb er dikke boeken op nageslagen. Abortus mag tot het einde van de derde maand, maar dan kunnen we de ziekte nog niet vaststellen. Ik vraag de geestelijken om een fatwa om het na de derde maand toe te staan.''

Hoe nodig dat is, blijkt wel als hij vertelt dat maar twee van de tien echtparen waarbij de kwestie speelt, besloten hebben tot een abortus. ,,Daar speelt religie vrijwel zeker een rol.''

Religie speelt een belangrijke rol in Irak, en dan religie van het strenge type dat vasthoudt aan regels zelfs al geeft het geloof zelf ontheffingsmogelijkheden - zoals uitzondering van de vasten tijdens ramadan voor hen die reizen, of ziek zijn. Dan is zoiets omstredens als een abortus al helemaal geen optie. Een kind is door God gegeven, ook een ziek kind.

Dokter Raji geeft de moed niet op. Hij wil voorlichting op de middelbare school en op de universiteit. En hij zet zijn pogingen om de islamitische autoriteiten te overtuigen voort. Een fatwa moet helpen om de ziekte terug te dringen. En dat is des te meer noodzakelijk nu er zo'n toename is.

Friday, August 6, 2010

Trouwen moet, liefde niet

,,Als ik voor de deur sta, hoor ik haar binnen lachen,'' zegt de Koerdische journalist zuchtend. ,,Maar zogauw ik binnenkom. verandert ze compleet. Er kan geen lachje meer af. Zo is ze al sinds we trouwden. Ze is aardig voor anderen, niet voor mij.''

Het gesprek aan de tafel in de restauranttuin gaat over de moeilijke relatie tussen man en vrouw in de huwelijken in Iraaks Koerdistan. Boven de bordjes met Libanese voorafjes als hommous en mutabel zijn we opeens aanbeland bij een onderwerp dat het geluk van velen bepaalt. De manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan in een land waar alles draait om de familie.
,,Onze vrouwen denken dat ze niet aardig mogen zijn voor hun mannen'', vertelt de journalist. Iets wat moeders hun dochters wellicht hebben meegegeven om te voorkomen dat ze in een ongewenste situatie terecht zouden komen voor het huwelijk, heeft zich tegen hen gekeerd. Mannen en vrouwen weten niet hoe ze met elkaar moeten omgaan.

Meisjes stellen soms de vreemdste eisen aan hun toekomstige echtgenoten. ,,Ze wil dat ik niet drink en vijf keer per dag bidt'', vertelde een jonge Koerd me over een jonge dame wiens familie hem had benaderd als mogelijke huwelijkspartner. ,,En tegelijkertijd eiste ze dat ik het goed zou vinden dat ze in sexy, strakke kleding over straat gaat. De man die jij zoekt bestaat niet, heb ik haar verteld.''

De verhalen over problemen tussen mannen en vrouwen zijn legio in dit land. Jong gehuwde stellen weten nauwelijks bij elkaar te blijven, omdat de droom die het huwelijk leek uiteen is gespat. In Koerdistan hoor je te trouwen, hoor je een gezin te hebben. Dus dringen ouders erop aan dat hun zoons en dochters een partner accepteren. Uit liefde trouwen doet maar een minderheid. Hier wordt geredeneerd dat die liefde wel komt na het huwelijk. Wat soms gebeurt, maar meestal blijven stellen bij elkaar voor de kinderen, voor de familie, voor de eer.

,,Ik hoop dat mijn universiteit me nog een masters aanbiedt'', heeft een jonge Koerd me verteld, ,,want dan kan mijn vader me nog een heel jaar niet dwingen om te trouwen.'' En een andere jongeman staat zo onder druk van familie en inmiddels getrouwde vrienden, dat hij overweegt maar te zwichten. ,,Ik kan altijd nog een vriendin zoeken'', redeneert hij.

De situatie leidt tot geheime relaties. In een samenleving waarin seks nog steeds zo'n taboe is dat over seksuele voorlichting op de scholen niet eens gepraat kan worden, en waar een jongen en een meisje al bijna moeten trouwen als ze elkaar een paar keer hebben aangekeken, gaan heel veel mensen vreemd. Liefde wordt in dit land vooral buiten het huwelijk gevonden.

De druk in de samenleving om te trouwen versterkt bovendien de breuklijn tussen de seksen. Mannen brengen de meeste avonden met elkaar door; drinkend, etend, kletsend, in bars en theehuizen waar alleen mannen komen. De vrouwen zitten thuis met de kinderen.

Een uitzondering vormen familieuitjes, meestal op de vrijdag. Veel plekken zijn er daarvoor niet: je kunt gaan picknicken in het Koerdische land, of je gaat met zijn allen naar een winkelcentrum. Op donderdagavond vind je hele gezinnen in de familiesecties van de restaurants.

Uitzonderlijk vond ik dan ook de groep Arabische vrouwen en kinderen die ik in een wegrestaurantje aantrof. Het duurde even voor ik doorhad wat ze zo bijzonder maakte: ze hadden geen mannen bij zich. Een breuk met de traditie dat de buitenwereld voor de mannen is, en de huizen voor de vrouwen.

Zo absoluut is het natuurlijk niet. Er zijn vrouwen met een baan, en mannen die gek zijn met hun kinderen. Maar ik blijf het een vreemde tegenstelling vinden: trouwen moet, het gezin is heilig, maar liefde is een ondergewaardeerd begrip dat er geen enkele relatie mee lijkt te hebben.

Wednesday, July 21, 2010

Veilig Koerdistan voor allen

Het kleine parkje naast de bibliotheek in Sulaymaniya is volgelopen met (vooral) mannen. Achter een klein spreekgestoelte hangen twee foto's: van de journalisten Soran Mama Hama en Sardasht Othman. Beide zijn ze vermoord; de eerste vandaag twee jaar geleden, de ander ruim twee maanden geleden.

foto Sbeiy.com

Soran beschreef het verband tussen prostitutie en politiek in Kirkoek, Sardasht schreef aanvallen op de Koerdische machthebbers. De een werd buiten zijn woning in Kirkoek neergeschoten, de ander op klaarlichte dag in Erbil ontvoerd en kort daarna vermoord teruggevonden buiten de stad. In beide gevallen is er geen dader gevonden, in beide gevallen wordt de veiligheidsdienst van de grootste partij in Koerdistan verantwoordelijk gesteld.

De martelaren van de pen, worden ze genoemd in de toespraken die gehouden worden om de tweede verjaardag van Sorans moord te herdenken. Toespraken waarin de journalisten worden neergezet als slachtoffers, en de overheid als daders.

Soran had kort voor de moord een workshop gedaan bij het IMCK in Sulaymaniya. Hij had het idee voor zijn artikel met de trainer besproken. De moord schokte me daarom nog meer dan anders het geval zou zijn geweest. Kort daarna werd fotograaf en goede vriend Yahya Barzinji in Kirkoek bij een demonstratie door een meute belaagd en in elkaar geslagen. Juli 2008 was een slechte maand.

foto Awene

Sindsdien is er herhaaldelijk sprake geweest van bedreigingen en geweld jegens journalisten. Ik herinner me een bijeenkomst die ik vorig jaar bij het IMCK had belegd, waarbij een jonge journalist van de onafhankelijke krant Awene vertelde hoe hij bedreigd werd nadat hij de pedofiele handelingen van de politiechef had onthuld. In het parkje komt hij naar me toe. Weet ik dat nog? Natuurlijk, zijn verhaal heeft veel indruk gemaakt. Nou, de politiechef is ontslagen en daarna naar Turkije gevlucht om vervolging te ontlopen. Inmiddels is hij terug en zijn de telefoontjes en smsjes weer begonnen. En niemand die er iets tegen lijkt te kunnen doen; de man geniet de bescherming van een van de hoogste leiders in de tweede partij in Kurdistan.

,,Laten we nou eens ophouden met zwarte pieten'', heb ik het gezelschap in dat snikhete parkje kort daarvoor voorgehouden. ,,Laten we kijken hoe we dit soort dingen kunnen voorkomen. Hoe we Koerdistan veilig kunnen maken voor iedereen, ook voor journalisten.'' Ik heb hoofdredacteuren, politiechefs en politieke leiders opgeroepen rond de tafel te gaan zitten om daaraan te werken.

Een jonge journalist voor een oppositiekrant vraagt me later wat ik van de overheid vind. Ik weet dat hij een aanval wil horen. Ik wijs hem op de achterstand die Koerdistan moet inhalen, na 30 jaar dictatuur, na vele jaren van isolement. Democratie komt niet zomaar, daar moet je hard voor werken. En niet in een slachtofferrol gaan zitten, zoals de meeste sprekers van deze middag. Slachtoffers brengen immers geen verandering.

Thursday, July 15, 2010

Hittetoerisme treft Irak

Hittetoerisme. Of de term de lading dekt weet ik niet helemaal, maar het lijkt de afgelopen dagen wel of heel Bagdad is uitgelopen naar Koerdistan. Hele gezinnen zijn massaal in de auto gestapt om de temperaturen van 50 graden en meer te ontlopen. Veel koeler is het deze zomer niet in Koerdisch Irak, maar het grote verschil is dat hier wel ongeveer 24 uur per dag stroom is.

Het zuiden van Irak kampt ruim zeven jaar na de Amerikaanse invasie nog steeds met ernstige elektriciteitstekorten. Een paar uur stroom per dag is onvoldoende om verkoeling te bieden. Airco's doen het niet, de koelkast wordt koelt niet, zelfs een ventilator kan niet werken zonder stroom.

Dit heeft in Bagdad, Basra en nog een paar plaatsen al tot demonstraties geleid. Mensen pikken het niet langer dat de regering geen prioriteiten weet te stellen. 'Maku karabah, maku maj' is de onmiddellijke klacht als je een reiziger uit het zuiden naar de reden van zijn komst vraagt: geen stroom, geen water. Deels komt dat doordat reparaties die aan verouderde installaties zijn uitgevoerd teniet zijn gedaan door sabotage-acties van radicalen, deels door het achterstallig onderhoud van de installaties, deels door slecht bestuur, deels doordat geld niet terecht is gekomen waar het had gemoeten.


Daarom staan er weer lange rijen voor de benzinepomp in Bagdad. Als de overheid het niet levert, moet de eigen generator dat af en toe dan toch doen. Maar veel mensen kunnen zich de benzine die daarvoor nodig is niet veroorloven.

De 'waterrevolutie', werden de demonstraties van een week of wat geleden al genoemd. Eindelijk laten de Irakezen zien dat ze het niet meer pikken. Maar er gebeurde niets. En toen de temperaturen boven de vijftig graden (55, 56 zelfs) rezen herinnerde men zich een wet uit Saddams tijd: boven de 50 graden geeft de overheid hittevrij. Wegwezen, dachten velen die zich dat konden veroorloven. De minder welgestelden bleven achter in de kokend hete stad.

In Koerdistan is de stroomvoorziening langzaam beter geworden. De ene nieuwe elektriciteitscentrale na de andere is opgestart. Aangevuld door de buurtgenerator komt dat in de steden op een bijna honderd procent stroomvoorziening.

In Erbil is deze week vrijwel geen hotelbed meer vrij. Blij met de extra verdiensten stelt menige hotelbaas zelfs de personeelsruimten ter beschikking aan betalende klanten uit het kokende Bagdad. En sommigen leveren dekens voor wie noodzakelijkerwijs in de parken de nacht wil doorbrengen. Niet dat het daar zo koel is, want de hittegolf treft het hele land en 's nachts koelt het nauwelijks af tot onder de veertig graden. In een westers land was men allang in de fonteinen gesprongen, maar in dit conservatieve land is gemengd zwemmen geen optie.

Een stofstorm werd deze week bijna met gejuich ontvangen. Vervelend en vervuilend, dat stof, maar de temperatuur gaat er wel onmiddellijk een graad of vijf door omlaag.

Sunday, July 11, 2010

Strijd tegen de bloedtest

,,Paspoort?'' vraagt de soldaat bij de controlepost, opkijkend van de pasjes van het IMCK in zijn hand.
,,Dat ligt thuis'', zegt mijn chauffeur kwasi-nonchalant. ,,We maken deze rit wekelijks.''
De soldaat kijkt nog eens in de auto.
,,Tjoeni, kaka'', groeten Jantine en ik hem vriendelijk.
Glimlachend groet hij terug en steekt onze bedrijfspasjes weer naar binnen.
Pff, gelukt. Als het raampje weer dicht is, halen we opgelucht adem.

Ik rij zonder de verplichte verblijfsvergunning door Koerdistan, van mijn woonplaats Sulaymania naar Erbil, waar het tweede kantoor is van het IMCK. Tien dagen na aankomst hoor je je visum te laten verlengen. Dat van mij is, na terugkeer van een buitenlandse reis, al een paar dagen verlopen.

Oorzaak is een kleine oorlog die ik voer met de Koerdische autoriteiten, die op basis van een oude Saddam-wet van alle buitenlanders die langer dan 10 dagen willen blijven een bloedtest eisen die toont dat ze geen hiv of aids hebben. Ik vind dat een inbreuk op mijn privacy, onwerkbaar met trainers die vaak 14 inplaats van 10 dagen blijven, en het aller belangrijkste: het is contraproductief. Die paar buitenlanders die zoals ik in Irak komen helpen bij de wederopbouw, brengen de hiv echt het land niet in, net zo min als de Aziaten die komen bouwen en kinderen verzorgen. Die laatste groep zal echt de kans niet krijgen iets te beginnen met een Koerdische schone, en de eerste groep is opgevoed met de risico's van aids. De echte risicogroepen komen vrij het land in: Iraniërs die op bezoek komen, of Koerden die in het buitenland woonden of op reis waren, bijvoorbeeld.

,,Er is geen groep die altijd zo hard roept dat ze de bloemetjes buiten hebben gezet'', zegt Sam, mijn projectmanager daarover. Koerdische mannen laten elkaar graag weten hoeveel dames ze buiten het conservatieve Koerdistan wel niet het bed in gepraat hebben.

Mijn strijd tegen de bloedtest is een lastige. Aanvankelijk heb ik via invloedrijke relaties de naald weten te ontlopen, maar sinds ik er in Koerdistan zelf uitgebreid over ben gaan schrijven en workshops over hiv en aids voor journalisten heb georganiseerd, is het een vendetta geworden - tegen mij. Het lijkt erop dat de minister van gezondheid het er niet bij laat zitten - hij is verantwoordelijk voor het beleid dat ik zo scherp bekritiseer. En hier geloven ze niet 'dat het is een vriend is die je op je falen wijst'.

Ik wacht op de gezondheidsverklaring van mijn Nederlandse huisarts, om opnieuw het felbegeerde kaartje te kunnen bemachtigen waarmee ik weer officieel ingezetene van Iraaks Koerdistan ben.

Ik ben de strijd inmiddels meer dan beu. Lange wachttijden in drukke en hete slecht georganiseerde burelen. Beledigingen achter je rug: ,,En wat nou als ze aids heeft?''
Alsof ik dan naar Irak zou zijn gekomen en zo hard zou werken als ik nu werk.

De Verenigde Staten heeft de bloedtest bij binnenkomst begin dit jaar afgeschaft. In Koerdistan gelooft men op hoog niveau dat er een samenzwering aan de gang is om het virus door buitenlanders binnen te brengen. Dat het er allang is, sluimert en zich verspreidt, en dat dit over een paar jaar tot een explosie van aids-gevallen zal leiden, dat wil niemand weten.

Ik voel me een roepende in de Iraakse woestijn. Ik kan inmiddels wel wat hulp gebruiken in deze oorlog.